ECLI:NL:RBSGR:2008:BD1854
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Sleeswijk Visser-de Boer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing compensatieverzoek waterschade inboedel bij verhuizing VS
Eiser, een luitenant-kolonel van de Koninklijke Luchtmacht, verhuisde in 2005 naar de Verenigde Staten vanwege een functie. Tijdens de verhuizing liep zijn inboedel waterschade op. Hij verzocht de Staatssecretaris van Defensie om compensatie van het verschil tussen de schade en de uitgekeerde vergoeding uit de transportverzekering, een bedrag van €26.113,96.
Verweerder stelde dat de inboedel verzekerd was via KHZ, waarbij het Ministerie van Defensie de premie betaalde. De vergoeding was gebaseerd op de dagwaarde, conform polisvoorwaarden, en verweerder was niet gehouden tot aanvullende vergoeding. Eiser had onvoldoende waarde opgegeven voor de verzekering, waardoor de uitkering lager uitviel. Tevens was eiser vooraf uitgebreid geïnformeerd over de verzekering.
De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende informatie had verstrekt en dat eiser het risico van een lagere vergoeding had genomen door een te lage waarde op te geven. Ook was er geen sprake van een plicht tot aanvullende vergoeding op grond van artikel 115 AMAR Pro. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser op compensatie van het verschil in waterschadevergoeding wordt ongegrond verklaard.