ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2032
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging verblijfsvergunning wegens onvoldoende duurzame middelen van bestaan
Eiseres, een Pakistaanse vrouw, verzocht om verlenging van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verblijvend bij haar echtgenoot die als zelfstandige werkte. De aanvraag werd afgewezen omdat de echtgenoot niet voldeed aan het vereiste van minimaal anderhalf jaar duurzame inkomsten als zelfstandige, zoals voorgeschreven in artikel 3.20 van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
De rechtbank oordeelde dat verweerder bevoegd was de aanvraag af te wijzen en dat het beleid omtrent het middelenvereiste correct was toegepast. Spaargeld werd niet als zelfstandig middel van bestaan erkend omdat hierover geen premies en belastingen werden afgedragen. De belangenafweging, waarbij het economisch welzijn van Nederland zwaarder woog dan het persoonlijk belang van eiseres, werd als redelijk beoordeeld.
Eiseres voerde een beroep op artikel 8 EVRM Pro aan, stellende dat het gezinsleven werd aangetast. De rechtbank concludeerde dat de inmenging gerechtvaardigd was vanwege het economisch belang van Nederland en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die verblijf in Nederland noodzakelijk maakten. Het beroep werd ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verlenging bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning is ongegrond verklaard.