ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2301
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Volledige toetsing uitleveringsbeslissing aan artikel 3 EVRM met afwijzing beroep op marteling en schending procesrecht
Eiser, Moldavisch staatsburger, werd veroordeeld voor ernstige strafbare feiten en vluchtte naar Nederland. De Nederlandse Minister van Justitie besloot tot uitlevering aan Moldavië, ondanks bezwaren van eiser dat uitlevering zou leiden tot marteling en schending van zijn rechten onder het EVRM.
Eiser betoogde dat de detentieomstandigheden in Moldavië erbarmelijk zijn en dat hij risico loopt op foltering, mede gelet op eerdere mishandelingen. Hij stelde dat de uitlevering daarom onrechtmatig is en dat de minister onvoldoende onderzoek heeft gedaan. Tevens stelde hij dat zijn procesrecht wordt geschonden vanwege de lange duur sinds de feiten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat Moldavië lid is van VN en Raad van Europa en het EVRM heeft geratificeerd, waardoor het vertrouwensbeginsel geldt dat mensenrechten worden gerespecteerd. De rechter oordeelde dat geen reëel risico bestaat op flagrante schending van artikel 3 EVRM Pro, mede gelet op de door Moldavië gegeven concrete garanties over detentie en toegang tot eiser.
De rechter verwierp het beroep op het voordeel van de twijfel zoals in het vreemdelingenrecht, en vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de garanties niet worden nageleefd. Ook de klacht over schending van artikel 6 EVRM Pro werd afgewezen vanwege het ontbreken van bewijs van termijnoverschrijding en het feit dat eiser zich aan vervolging onttrok.
De voorzieningenrechter wees alle vorderingen van eiser af en veroordeelde hem in de proceskosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het beroep van eiser tegen uitlevering aan Moldavië af wegens onvoldoende aannemelijk risico op schending van artikel 3 EVRM.