ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2676

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
11 april 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 06/3173-H WOZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:88 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening niet-ontvankelijkverklaring WOZ-beschikking

De rechtbank 's-Gravenhage behandelde het verzoek tot herziening van een eerdere uitspraak waarbij het beroep tegen de WOZ-waarde van een pand niet-ontvankelijk was verklaard. Het verzoek tot herziening was gebaseerd op nieuwe feiten die betrekking hadden op de onjuiste vaststelling van de inhoud van bepaalde panden door de taxateur van de gemeente.

De rechtbank oordeelde dat deze nieuwe feiten niet voldeden aan de voorwaarden voor herziening zoals gesteld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De feiten waren niet zodanig dat zij, indien eerder bekend, tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De inhoudelijke gronden voor de niet-ontvankelijkverklaring bleven daarmee onverminderd van kracht.

Daarom werd het verzoek tot herziening afgewezen en het onderzoek gesloten zonder verdere behandeling. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de niet-ontvankelijkverklaring van het WOZ-beroep wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 06/3173-H WOZ
Uitspraakdatum: 11 april 2008
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op het verzoek van
[X.], wonende te [Z.], verzoeker,
tot herziening van de uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 Awb Pro van de rechtbank van
16 oktober 2006, nr. AWB 06/3173 WOZ.
1. Ontstaan en loop van het geding
Bij uitspraak na vereenvoudigde behandeling van 16 oktober 2006 heeft de rechtbank het beroep van verzoeker betreffende de bij beschikking krachtens de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde van het [pand] op de waardepeildatum 1 januari 2003 niet-ontvankelijk verklaard.
2. Motivering
2.1. Als grond voor herziening van een uitspraak van de rechtbank kunnen ingevolge artikel 8:88 Awb Pro slechts dienen feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak van de rechtbank, die tevens bij de indiener van het verzoekschrift tot herziening vóór die uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die voorts, waren zij bij de rechtbank eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.2. In het verzoekschrift wordt als grond voor het verzoek tot herziening genoemd de omstandigheid dat aan verzoeker recent bekend is geworden dat in het kader van de vaststelling van de hiervóór onder 1 vermelde beschikking de inhoud van de [panden] door de taxateur van de gemeente [Z.] onjuist is vastgesteld.
2.3. Deze omstandigheid is niet een feit of omstandigheid als hiervóór onder 2.1 bedoeld. Zij doet immers niet af aan de in de uitspraak van 16 oktober 2006 vermelde gronden waarop het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Derhalve is geen sprake van een omstandigheid die, indien zij bij de rechtbank eerder bekend was geweest, tot een andere uitspraak zou hebben kunnen leiden.
2.4. Aangezien het verzoek tot herziening kennelijk ongegrond is, is voortzetting van het onderzoek niet nodig, zodat met toepassing van artikel 8:88, tweede lid, in verbinding met artikel 8:54 Awb Pro het onderzoek kan worden gesloten.
2.5. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
3. Beslissing
De rechtbank wijst het verzoek tot herziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 11 april 2008 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. G.J. Ebbeling, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Holdert, griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.