ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2902
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing hardheidsclausule bij mvv-vereiste voor zogende moeder
Eiseres, een vrouw van Iraakse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd in het kader van gezinshereniging. Haar aanvraag werd afgewezen omdat zij niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiseres beriep zich op de hardheidsclausule, gebaseerd op een toezegging van minister Verdonk in een Kamerdebat van 17 september 2003, waarin werd toegezegd dat bij zogende moeders het mvv-vereiste niet zou worden tegengeworpen.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde echter dat geen ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging was gedaan. De rechtbank 's-Gravenhage verwierp dit oordeel en stelde dat de minister een duidelijke toezegging heeft gedaan die niet ter discussie staat. De rechtbank oordeelde dat verweerder zich aan deze toezegging moet houden en dat het beroep gegrond is.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werden proceskosten toegewezen aan eiseres. De rechtbank zag geen aanleiding om de overige beroepsgronden te behandelen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.