ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3056
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stelling aanvraag verblijfsvergunning wegens niet betalen leges
Eiseres diende op 14 januari 2004 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid als zelfstandige. Hiervoor was zij leges verschuldigd die zij niet heeft voldaan. Verweerder stelde de aanvraag op 10 februari 2005 buiten behandeling wegens het uitblijven van betaling. Na bezwaar en intrekking van dat besluit, stelde verweerder de aanvraag opnieuw buiten behandeling bij besluit van 13 augustus 2007.
Eiseres voerde aan dat verweerder niet had voldaan aan haar eigen inningsbeleid, omdat zij niet had aangetoond dat een betalingsherinnering was verzonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende bewijs leverde dat een herinnering was verzonden, maar dat eiseres niet als schuldenaar in verzuim was, maar als een duidelijk onwillige betaler. Eiseres wenste pas te betalen na ontvangst van een herinnering, wat niet in lijn is met het inningsbeleid dat gericht is op schuldenaren die in verzuim zijn.
De rechtbank verwees naar een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 21 augustus 2006, waarin is bepaald dat verweerder gehouden is een aanvraag niet te behandelen indien leges niet worden betaald. De rechtbank concludeerde dat het besluit van verweerder om de aanvraag buiten behandeling te stellen terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de buitenbehandelingstelling van de aanvraag wegens niet betalen van leges.