ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3231
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige legesheffing bij verlenging verblijfsvergunning Turkse burger
Eiser, een Turkse nationaliteit bezittende persoon, diende een aanvraag in voor verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Verweerder legde een leges van €331,- op, hoger dan het voor EU-burgers geldende tarief van €30,-. Eiser maakte bezwaar tegen deze legesheffing en stelde dat deze in strijd was met artikel 13 van Pro het Besluit 1/80.
De rechtbank oordeelde dat het beroep tegen het besluit van 22 juni 2007 niet-ontvankelijk was, omdat eiser geen belang had bij het beroep tegen de ongegrondverklaring van het bezwaar. Wel werd geoordeeld dat de legesheffing onrechtmatig was, omdat de verhoging van de leges in strijd is met het genoemde besluit en het communitaire recht.
De rechtbank vernietigde het besluit van 28 maart 2008 en bepaalde dat verweerder de ten onrechte geheven leges van €301,- aan eiser moet terugbetalen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €966,-. De uitspraak trad in de plaats van het vernietigde besluit. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot legesheffing van €331 en veroordeelt de Staat tot terugbetaling en proceskostenvergoeding.