ECLI:NL:RBSGR:2008:BD3311
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting 1999 wegens niet-betaalde lijfrentetermijnen en vergrijpboete
Eiser heeft in zijn aangifte inkomstenbelasting 1999 een giftenaftrek geclaimd van fl. 35.000 wegens geschonken lijfrentetermijnen aan een stichting. Verweerder legde een navorderingsaanslag op met een belastbaar inkomen van fl. 17.634 en een vergrijpboete wegens grove schuld. Eiser stelde dat de lijfrentetermijnen via creditcarduitgaven en verrekening waren voldaan en dat de navordering buiten de termijn viel.
De rechtbank oordeelt dat de navordering tijdig is vastgesteld en dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de lijfrentetermijnen daadwerkelijk zijn betaald, verrekend of ter beschikking gesteld. De creditcarduitgaven en contante betalingen in Cuba zijn niet aannemelijk gemaakt als voldoening van de lijfrentetermijnen. Er is sprake van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel wordt verworpen omdat niet aannemelijk is dat verweerder een standpunt innam dat aftrek ook zou worden toegestaan zonder daadwerkelijke betaling. De boetebeschikking wordt vernietigd omdat eiser niet lichtvaardig heeft gehandeld en geen grove schuld kan worden toegerekend.
De rechtbank verklaart het beroep tegen de navorderingsaanslag ongegrond en het beroep tegen de boetebeschikking gegrond. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard en de boetebeschikking wordt vernietigd wegens ontbreken van grove schuld.