ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4189
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging verzuimboete inkomstenbelasting 2004 wegens disproportionele hoogte
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2004, waarbij een verzuimboete en heffingsrente zijn opgelegd. De eiser betwist de verzuimboete en de heffingsrente, stellende dat hij niet tijdig aangifte heeft kunnen doen vanwege onderbewindstelling en dat de heffingsrente onterecht is berekend.
De rechtbank stelt vast dat de aanslag tijdig is opgelegd en dat de verzuimboete terecht is opgelegd omdat eiser niet binnen de gestelde termijnen aangifte heeft gedaan. Wel wordt de boete gematigd omdat deze aanzienlijk hoger is dan de te betalen belasting, wat disproportioneel is. De boete wordt vastgesteld op €150.
De heffingsrente wordt bevestigd omdat de vertraging niet aan de Belastingdienst kan worden toegerekend. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat in de proceskosten en het griffierecht. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd voor zover deze de verzuimboete betreft.
Uitkomst: De verzuimboete wordt gematigd tot €150 en de heffingsrente is terecht in rekening gebracht.