ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4773
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting
Eiser, een Chinese vreemdeling zonder identiteitsdocumenten, werd na een afwijzend asielbesluit op 14 mei 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank beoordeelde of de bewaring rechtmatig was en of er zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank overwoog dat het ontbreken van documenten bij inbewaringstelling niet automatisch betekent dat er geen zicht op uitzetting is. Het is de eigen verantwoordelijkheid van de vreemdeling om mee te werken aan het verkrijgen van documenten en informatie die het vaststellen van identiteit en herkomst mogelijk maken. Verweerder stelde dat ook schoolkaarten, ziekenhuispassen en werkpassen als aanknopingspunten kunnen dienen.
Uit een vertrekgesprek bleek dat eiser niet bereid was het aanvraagformulier voor een laissez passer in te vullen, wat de rechtbank meende dat verweerder terecht concludeerde dat er voldoende zicht op uitzetting is. De rechtbank stelde vast dat de bewaring op de juiste wettelijke grondslag berust en niet onrechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.