ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4871

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
10 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
291274 / HA RK 07-801
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.C. Punt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 RWNArt. 17 RWNArt. 1:207 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling biologisch vaderschap en verkrijging Nederlandse nationaliteit na postnatale erkenning

Verzoeker, vader en wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige, verzocht de rechtbank om vast te stellen dat hij de biologische vader is van de minderjarige en dat het kind de Nederlandse nationaliteit bezit. De minderjarige is geboren in Frankrijk en erkend door verzoeker kort na de geboorte.

De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 4 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) het kind de Nederlandse nationaliteit kan verkrijgen indien het vaderschap gerechtelijk wordt vastgesteld. De Hoge Raad heeft bepaald dat postnatale erkenning gecombineerd met gerechtelijk bewijs van verwekkerschap gelijkgesteld kan worden met gerechtelijke vaststelling van vaderschap voor de toepassing van artikel 4 RWN Pro.

Verzoeker overlegde een DNA-rapport waaruit blijkt dat hij met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is. De rechtbank stelde vast dat verzoeker zijn vaderschap voldoende had aangetoond, waardoor het kind na drie maanden na deze uitspraak het Nederlanderschap verkrijgt.

Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap op grond van artikel 1:207 BW Pro werd echter afgewezen omdat dit verzoek niet door de vader kan worden ingediend, tenzij het kind zestien jaar of ouder is of het verzoek door het kind zelf wordt gedaan. Het meer of anders verzochte werd afgewezen en verzoeker werd daarin niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de minderjarige na drie maanden het Nederlanderschap verkrijgt en verklaart het verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap door de vader niet-ontvankelijk.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector civiel recht
JKL
zaaknummer / rekestnummer: 291274 / HA RK 07-801
Beschikking van 10 juni 2008
in de zaak van:
[verzoeker],
vader en wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [minderjarige] (verder te noemen: [minderjarige]),
verzoeker,
wonende te [woonplaats],
procureur: mr. J.S. Maas,
t e g e n:
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
zetelende te 's-Gravenhage,
belanghebbende,
vertegenwoordigd door mw. mr. [...].
1. Het procesverloop:
1.1 Verzoeker heeft op 13 juli 2007 een verzoekschrift ingediend waarin hij de rechtbank verzoekt vast te stellen dat hij de verwekker is van [minderjarige] en dat [minderjarige] in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit.
1.2 De Staat heeft bij brief van 17 april 2008 zijn standpunt met betrekking tot het verzoek kenbaar gemaakt. Hij concludeert dat, indien de rechtbank tot het oordeel komt dat verzoeker zijn biologische vaderschap van [minderjarige] voldoende heeft aangetoond, er sprake is van een postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van verwekkerschap, hetgeen voor [minderjarige] kan leiden tot verkrijging van het Nederlanderschap.
1.3 Mr. Maas en de officier van justitie hebben beiden schriftelijk te kennen gegeven geen behoefte te hebben aan een mondelinge behandeling van het verzoekschrift.
2. De beoordeling:
2.1 [minderjarige] is op [datum] 2003 te [plaats] (Frankrijk) geboren als natuurlijk kind van verzoeker, van Nederlandse nationaliteit, en [A], met de nationaliteit van Brits Guyana. [minderjarige] is op 18 augustus 2003 erkend door verzoeker.
2.2 Op grond van artikel 4, lid 1, Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) kan [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit verkrijgen indien het vaderschap van verzoeker gerechtelijk wordt vastgesteld. Bij uitspraak van 26 januari 2007 (NJ 2007,73) heeft de Hoge Raad bepaald dat postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van verwekkerschap met het oog op toepassing van artikel 4 RWN Pro gelijkgesteld kan worden met de hiervoor bedoelde gerechtelijke vaststelling van het vaderschap. Ouders kunnen als gevolg daarvan toegelaten worden te bewijzen dat de vader de verwekker van het kind is. Indien dit komt vast te staan verkrijgt het kind met ingang van de in artikel 4 RWN Pro bedoelde datum het Nederlanderschap.
2.3 Verzoekers hebben een DNA analyserapport van Sanquin Diagnostiek, afdeling Vaderschapsonderzoek, te Amsterdam, gedateerd 16 oktober 2007, overgelegd. De conclusie in dat rapport luidt dat verzoeker met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de biologische vader is van [minderjarige].
2.4 Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat verzoeker zijn biologisch vaderschap van [minderjarige] voldoende heeft aangetoond. Er is dus sprake van een postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van verwekkerschap. Dit heeft tot gevolg dat [minderjarige] op grond van het bepaalde in artikel 4, lid 1, RWN drie maanden ná deze uitspraak (behoudens eventueel ingesteld beroep in cassatie) het Nederlanderschap verkrijgt.
2.5 Het onderhavige verzoek tot vaststelling van de Nederlandse nationaliteit is gebaseerd op artikel 17 RWN Pro. Het verzoek vast te stellen dat verzoeker de verwekker is van [minderjarige], is niet op de wet gegrond en zal worden afgewezen. Mocht bedoeld zijn een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap ex artikel 1:207 BW Pro in te dienen, dan dient verzoeker daarin niet-ontvankelijk te worden verklaard aangezien een dergelijk verzoek gelet op het bepaalde in artikel 1:207, lid 1, BW gedaan dient te worden door de moeder, tenzij het kind de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt, of door het kind.
BESLISSING:
De rechtbank:
- stelt vast dat [minderjarige], geboren op [datum] 2003 te [plaats] (Frankrijk), op de eerste dag na een periode van drie maanden, te rekenen van de dag van deze uitspraak, in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit;
- wijst het meer of anders verzochte af c.q. verklaart verzoeker hierin niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door mr. B.C. Punt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2008 in tegenwoordigheid van de griffier.