ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4925
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- M.Th. Nijhuis
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van BV in oprichting en oprichtster in vordering nakoming leningsovereenkomst
In deze zaak vorderen een besloten vennootschap in oprichting (BV i.o.) en haar oprichtster nakoming van een leningsovereenkomst van €1.000.000,-- door de gedaagde. De BV i.o. is nog niet opgericht en heeft de overeenkomst niet bekrachtigd. De oprichtster heeft namens de BV i.o. de overeenkomst gesloten.
De gedaagde voert verweer dat eiseressen niet-ontvankelijk zijn omdat zij geen vorderingsrecht hebben. De rechtbank overweegt dat een BV i.o. geen rechtspersoonlijkheid bezit en dat rechtshandelingen pas rechten en verplichtingen opleveren na oprichting en bekrachtiging. Er is geen sprake van een voorafgaande onderneming die de naam BV i.o. gebruikt.
Ook kan de oprichtster niet zelfstandig nakoming vorderen omdat zij de overeenkomst slechts namens de BV i.o. heeft gesloten en niet voor zichzelf. Bovendien is zij niet langer bevoegd functionaris. Daarom worden zowel de BV i.o. als de oprichtster niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen. De oprichtster wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De BV in oprichting en haar oprichtster worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot nakoming van de leningsovereenkomst.