ECLI:NL:RBSGR:2008:BD4933
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F.M.J. Bouwman
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- F. van der Maden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ambtshalve weigering verblijfsvergunning en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Eiser, een Iraakse nationaliteit, diende een brief in bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) met een verzoek dat door verweerder werd beantwoord met een brief en een bijgevoegde interne memo (minuut). Eiser maakte bezwaar tegen deze brief, maar verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief en de minuut niet kwalificeren als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank overwoog dat een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan moet zijn die gericht is op rechtsgevolg. De brief van 21 november 2007 en de bijgevoegde minuut zijn volgens de rechtbank slechts een interne mededeling zonder rechtsgevolg voor eiser en kunnen daarom niet als besluit worden aangemerkt. Ook de brief van eiser van 15 november 2007 kwalificeert niet als een aanvraag om een besluit te nemen, maar als een verzoek om informatie.
Verder stelde eiser dat uit de minuut en een telefoonnotitie blijkt dat sprake is van een ambtshalve weigering van een verblijfsvergunning, maar de rechtbank oordeelde dat deze interne memo geen rechtspositionele of feitelijke gevolgen heeft voor eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor kostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen besluit in de zin van de Awb is genomen.