ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5018
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese ex-AMA zonder geldig paspoort, werd op 8 juni 2008 in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf in Nederland. De bewaring was gebaseerd op het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, geen vaste woon- of verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan en het eerdere onrechtmatige verblijf.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding rechtmatig was, maar dat er onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat eiser binnen een redelijke termijn zou kunnen worden uitgezet naar China. Dit vanwege het feit dat de Chinese autoriteiten al ruim een jaar geen laissez-passers verstrekken aan zowel gedocumenteerde als ongedocumenteerde Chinezen.
Verweerder kon geen omstandigheden aandragen die een spoedige verandering in deze situatie voorspelbaar maakten. Hierdoor was de maatregel van vreemdelingenbewaring vanaf het begin onrechtmatig. De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe voor de periode van 8 tot 19 juni 2008 en veroordeelde de Staat tot vergoeding van proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van zicht op uitzetting als voorwaarde voor rechtmatige vreemdelingenbewaring en sluit aan bij eerdere jurisprudentie, waarbij de feiten in deze zaak wezenlijk verschillen van eerdere zaken waarin wel laissez-passers werden verstrekt.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens gebrek aan zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn.