ECLI:NL:RBSGR:2008:BD5565
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring en zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling, is op 28 april 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. De rechtbank heeft op 15 mei 2008 al geoordeeld dat de bewaring rechtmatig is. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de bewaring en verzocht om schadevergoeding.
De rechtbank onderzocht of sinds het eerdere oordeel nieuwe feiten zijn ontstaan die het voortduren van de bewaring onrechtmatig maken. Verweerder heeft aangetoond dat er voldoende voortvarend wordt gewerkt aan de uitzetting, onder meer door het aanvragen van een laissez-passer bij de Chinese autoriteiten en het regelmatig houden van vertrekgesprekken met eiser, die echter geen medewerking verleent.
De rechtbank benadrukt dat uitzettingen naar China niet frequent zijn en het verkrijgen van reisdocumenten complex is, maar dat het aan eiser is om mee te werken en documenten of informatie te verstrekken die de vaststelling van zijn identiteit en herkomst kunnen vergemakkelijken. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.