ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6547
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige voortzetting vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting
Eiser, een etnische Armeense vreemdeling uit Azerbeidzjan, werd op 14 april 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring omdat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. De Dienst Terugkeer & Vertrek en de IND konden geen recente gegevens over de afgifte van laissez-passer aan etnische Armeniërs uit Azerbeidzjan verstrekken, hoewel eerdere brieven van de overheid aangaven dat dergelijke documenten niet werden afgegeven.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat er zicht op uitzetting bestond. Gezien het ontbreken van een wijziging in de situatie sinds de laatste brief uit 2005, werd het voortduren van de bewaring onrechtmatig verklaard vanaf de datum van het beroep, 29 mei 2008.
De rechtbank besloot het beroep gegrond te verklaren, de bewaring op te heffen en een schadevergoeding toe te kennen van € 70 per dag voor de dagen dat eiser in bewaring was sinds 29 mei 2008, totaal € 2.310. Tevens werden proceskosten aan eiser toegekend. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent een schadevergoeding van € 2.310 toe.