ECLI:NL:RBSGR:2008:BD6558
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.B.M. Hent
- E.H.M. Druijf
- J.R. van Es-de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen ambtshalve weigering verblijfsvergunning op grond van Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet
Eiser werd door verweerder telefonisch meegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap Vreemdelingenwet (oud). Eiser maakte bezwaar tegen deze mededeling, maar verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het oordeel geen besluit in de zin van de Awb vormt.
De rechtbank overwoog dat het oordeel van verweerder een interne ambtelijke toetsing betreft, vastgelegd in een interne minuut die niet gericht is aan eiser en geen extern rechtsgevolg sorteert. Dit oordeel is niet neergelegd in een schriftelijk besluit aan eiser, zodat het niet kwalificeert als een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaan.
Verder oordeelde de rechtbank dat het bezwaar niet kan worden aangemerkt als een voortijdig ingediend bezwaar of als bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit, omdat er geen aanvraag is ingediend en de Regeling expliciet kiest voor geen besluitvorming bij negatieve toetsing.
Ook is het oordeel niet gelijk te stellen met een handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, omdat het een interne toetsing betreft zonder extern effect. De rechtbank benadrukte dat de juiste weg voor eiser is het indienen van een aanvraag om een verblijfsvergunning, waarop verweerder een besluit moet nemen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, zonder toewijzing van kosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat het ambtshalve oordeel geen besluit is.