ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7221
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige bewaring door niet-aanvoeren van vreemdeling ondanks toezegging
Eiser is op 20 juni 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en heeft beroep ingesteld tegen deze vrijheidsontnemende maatregel. Ondanks een telefonische toezegging van verweerder dat eiser naar de rechtbank zou worden aangevoerd, is dit niet gebeurd. Hierdoor is eiser feitelijk de kans ontnomen om ter zitting te verschijnen en gehoord te worden.
De rechtbank oordeelt dat deze schending van de goede procesorde, waarvoor verweerder verantwoordelijk is, de bewaring onrechtmatig maakt. De opheffing van de bewaring wordt bevolen met ingang van 1 juli 2008. Hoewel eiser niet is gehoord, ziet de rechtbank geen aanleiding tot toekenning van schadevergoeding aan eiser.
Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €644,--. De uitspraak is gedaan door de rechtbank 's-Gravenhage op 1 juli 2008 en partijen is de mogelijkheid tot hoger beroep gegeven bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens schending van de goede procesorde door niet-aanvoeren naar de zitting.