ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7242
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortzetting vrijheidsontnemende maatregel wegens vertrekplicht China
Eiser, een Chinese vreemdeling, werd op 27 februari 2008 de toegang tot Nederland geweigerd en onderging een vrijheidsontnemende maatregel. Hij stelde dat er geen zicht was op uitzetting omdat sinds mei 2007 geen laissez-passer (lp) door Chinese autoriteiten werd afgegeven, en verweerder onvoldoende voortvarend handelde.
Verweerder voerde aan dat eiser over een origineel identiteitsdocument en kopieën van zijn paspoort beschikte en dat hij met hulp van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) alsnog aan zijn vertrekplicht kon voldoen. De rechtbank nam kennis van gegevens waaruit bleek dat in 2007 en 2008 meerdere vreemdelingen met IOM-bemiddeling naar China waren teruggekeerd, inclusief het verstrekken van vervangende reisdocumenten.
De rechtbank concludeerde dat de voortgezette vrijheidsontnemende maatregel gerechtvaardigd was, omdat eiser niet binnen een redelijke termijn een lp zou ontvangen, maar wel via de IOM kon vertrekken. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.