ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7543
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- H.F.M. Hofhuis
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot nakoming mediationvaststellingsovereenkomst wegens ontbreken bindende overeenkomst
Partijen sloten een aannemingsovereenkomst en raakten in geschil over de afwikkeling daarvan. Zij startten een mediationtraject en sloten een mediationovereenkomst waarin zij zich inspanden het geschil via mediation op te lossen volgens het NMI-reglement. Partijen bereikten echter geen definitieve vaststellingsovereenkomst.
Eiseres vorderde nakoming van een vaststellingsovereenkomst die zij meende op 28 juni 2007 te hebben gesloten, met betaling van een geldsom. De gedaagde verweerde zich met het standpunt dat geen bindende vaststellingsovereenkomst tot stand was gekomen en dat de mediationovereenkomst en het NMI-reglement geheimhouding en vrijblijvendheid voorschrijven zolang geen schriftelijke vaststellingsovereenkomst is ondertekend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat partijen geen vaststellingsovereenkomst als bedoeld in artikel 14 van Pro het NMI-reglement hadden gesloten. De contractuele geheimhoudings- en vrijblijvendheidsbepalingen gelden, en er was onvoldoende grond om hiervan af te wijken op grond van redelijkheid en billijkheid. De vorderingen van eiseres werden daarom afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen tot nakoming van de mediationvaststellingsovereenkomst en betaling worden afgewezen wegens het ontbreken van een bindende overeenkomst.