ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8206
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting van ongedocumenteerde Chinese vreemdeling
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het vervolgberoep van een ongedocumenteerde Chinese vreemdeling die in bewaring is gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank beoordeelt of er voldoende perspectief bestaat op uitzetting en of de voortzetting van de bewaring gerechtvaardigd is.
De rechtbank stelt vast dat sinds 2007 geen laissez passers (reisdocumenten) meer zijn verstrekt door de Chinese autoriteiten aan gedocumenteerde noch ongedocumenteerde Chinese vreemdelingen in bewaring. Verweerder kon geen concrete informatie geven over diplomatiek overleg dat tot verandering zou leiden. Het feit dat vreemdelingen met hulp van het IOM zijn teruggekeerd, betekent niet dat er zicht is op uitzetting in de zin van de wet.
De rechtbank concludeert dat de bewaring vanaf 21 mei 2008 onrechtmatig is wegens het ontbreken van een reëel zicht op uitzetting. Het beroep wordt gegrond verklaard, de bewaring wordt opgeheven met ingang van 1 juli 2008, en eiser krijgt een schadevergoeding van €1540,00 toegekend. Tevens worden de proceskosten van €805,00 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring en kent schadevergoeding en proceskosten toe.