ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8253
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- Rechtspraak.nl
Beroep bewonersorganisatie tegen vergunning voor bedrijventerreinontwikkeling ongegrond verklaard
Een bewonersorganisatie maakte bezwaar tegen de vergunning verleend aan een derde partij voor de bouw van een oeverbescherming en het inrichten van een bedrijventerrein met onderheide bedrijfshallen aan de rechteroever van de [locatie B.] te [plaats Y.]. De vergunning werd verleend door de Minister van Verkeer en Waterstaat op grond van artikel 2 van Pro de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr).
De bewonersorganisatie stelde dat het doelmatig en veilig gebruik van het waterstaatswerk in gevaar zou komen, onder meer door onvoldoende afstand tot de vrijwaringszone en onvoldoende veiligheid tegen overstromingen voor omwonenden. De rechtbank stelde vast dat de vergunningverlening zorgvuldig was voorbereid, inclusief een nautisch advies zonder bezwaren en een toetsing aan het Toetsingskader ruimtelijke ontwikkelingen langs vaarwegen.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van de bewonersorganisatie niet als waterstaatkundige belangen in de zin van de Wbr konden worden aangemerkt, maar eerder onder de Wet op de Ruimtelijke Ordening vallen. De vergunning voldeed aan de wettelijke eisen en de bezwaren waren onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat vergunningverlening voor waterstaatswerken strikt getoetst wordt aan waterstaatkundige criteria en dat ruimtelijke veiligheidsaspecten buiten het kader van de Wbr vallen.
Uitkomst: Het beroep van de bewonersorganisatie tegen de vergunningverlening is ongegrond verklaard.