ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8294
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening verblijfsvergunning asiel aan christen uit Irak wegens risico schending artikel 3 EVRM
Eiser, een christen uit Irak, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af, stellende dat eiser onvoldoende individuele indicaties had aangetoond voor een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank beoordeelde of er sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden ten opzichte van eerdere asielprocedures.
De rechtbank stelde vast dat de situatie van christenen in Irak sinds het vertrek van eiser aanzienlijk was verslechterd, zoals blijkt uit ambtsberichten en rapporten van de UNHCR. Christenen worden blootgesteld aan willekeurig en gericht geweld, en de Iraakse autoriteiten bieden onvoldoende bescherming. Eiser behoort tot deze kwetsbare minderheidsgroep, waardoor een specifiek risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bestaat.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet meer dan beperkte individuele indicaties hoeft te overleggen vanwege zijn lidmaatschap van deze kwetsbare groep. Het openbare ordebelang woog minder zwaar dan het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Verweerder had onvoldoende gemotiveerd waarom het beroep niet kon slagen. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van de proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd vanwege het specifieke risico op schending van artikel 3 EVRM.