ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8723
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep tegen boete Wet arbeid vreemdelingen wegens onvoldoende feitenonderzoek werkgeverschap
Inspecteurs troffen op 1 juni 2005 een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning werkzaam aan bij een tuindersbedrijf. Zowel de eigenaar van het bedrijf als de werknemer verklaarden dat de werknemer via eisers uitzendbureau was uitgeleend. Eiser ontkende dit en overhandigde administratie van een andere uitzendkracht.
Verweerder stelde dat op basis van verklaringen voldoende aannemelijk was dat eiser werkgever was, maar de rechtbank vond dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar tegenstrijdigheden in verklaringen en administratie. Zo werd niet onderzocht of de andere uitzendkracht samen met de werknemer werkte en ontbraken facturen ter bevestiging van het werkgeverschap.
De rechtbank oordeelde dat verweerder zich op onvoldoende feiten baseerde en onvoldoende motiveerde. Het besluit tot oplegging van de boete werd vernietigd. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en veroordeeld in de proceskosten en griffierecht van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar het werkgeverschap.