ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9139
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- C.I.H. Fockens
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit in asielprocedure wegens niet-toetsing subsidiaire bescherming
Verzoeker, een Colombiaanse asielzoeker, diende meerdere asielaanvragen in die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst werden afgewezen. Nadat eerdere beroepen ongegrond waren verklaard, werd een tweede aanvraag afgewezen zonder expliciete toetsing aan artikel 15, aanhef en onder c, van Richtlijn 2004/83/EG, dat betrekking heeft op subsidiaire bescherming bij ernstige schade door willekeurig geweld.
Verzoeker stelde dat deze bepaling een relevante wijziging van het recht vormt waarop hij in de tweede procedure een beroep had moeten kunnen doen. De voorzieningenrechter verwierp dit primair, verwijzend naar jurisprudentie dat een belanghebbende binnen de beroepstermijn tegen een besluit moet opkomen en dat een geschil na afloop van die termijn is afgesloten.
Subsidiair stelde verzoeker dat het ontbreken van een inhoudelijke toetsing aan artikel 15 en Pro artikel 28 van Pro de Procedurerichtlijn een schending vormt, waardoor het uitzettingsbesluit geschorst moet worden. De voorzieningenrechter achtte deze rechtsvraag principieel en verwees de bodemzaak naar een meervoudige kamer.
Gezien de complexiteit en het ontbreken van een inhoudelijke toetsing, en het risico van onomkeerbare gevolgen door uitzetting, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Tevens werden de proceskosten aan de Staat opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoeker wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.