ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9142
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens vervallen vertrekplicht en toekenning schadevergoeding
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, was sinds 10 augustus 2007 onderworpen aan een vrijheidsontnemende maatregel op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij had bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier op medische gronden. Op 23 juni 2008 had de voorzieningenrechter te Roermond een voorlopige voorziening toegewezen waardoor eiser de beslissing op zijn bezwaar mocht afwachten zonder uitgezet te worden.
De rechtbank heeft op 17 juli 2008 het beroep van eiser tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel behandeld. Verweerder kon niet aangeven wanneer op het bezwaar zou worden beslist en onderzocht nog of een nieuw medisch advies nodig was. Gezien het ontbreken van een concrete termijn en het beleid dat vrijheidsontneming tot het strikt noodzakelijke moet worden beperkt, oordeelde de rechtbank dat voortzetting van de maatregel niet redelijk was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel per 17 juli 2008 en kende een schadevergoeding toe van € 45 per dag vanaf de datum van de voorlopige voorziening tot het moment van opheffing, totaal € 1035. Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van € 644. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Crince Le Roy.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en eiser ontvangt een schadevergoeding van € 1035.