ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9246
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Onjuiste uitleg artikel 64 Vreemdelingenwet over gezinsleden met Nederlandse nationaliteit
Verzoeker, een vreemdeling van Ghanese nationaliteit, heeft bij verweerder verzocht om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, dat uitzetting achterwege laat indien de gezondheidstoestand van de vreemdeling of een van zijn gezinsleden reizen niet verantwoord maakt. Verweerder weigerde dit omdat de partner van verzoeker de Nederlandse nationaliteit bezit en zelf niet met uitzetting wordt bedreigd.
De voorzieningenrechter beoordeelde of onder de term 'een van zijn gezinsleden' ook gezinsleden met de Nederlandse nationaliteit vallen. Uit de wettekst en de Memorie van toelichting bleek dit niet uitgesloten, en de door verweerder voorgestelde ratio dat het alleen zou gelden voor gezinsleden die zelf met uitzetting worden bedreigd, werd niet ondersteund door jurisprudentie.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verweerder het artikel onjuist had uitgelegd en verklaarde het beroep gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist.
Verder werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten en werd de Staat der Nederlanden aangewezen als de rechtspersoon die het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste uitleg van artikel 64 Vreemdelingenwet.