ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9339
Rechtbank 's-Gravenhage
- Schadevergoedingsuitspraak
- M.A.A. ter Meer - Siebers
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring en ontbreken zicht op uitzetting naar Afghanistan
Verzoeker, een Afghaanse onderdaan, werd in vreemdelingenbewaring gehouden terwijl het zicht op zijn uitzetting naar Afghanistan ontbrak. De rechtbank stelde vast dat ondanks het bestaan van een Memorandum of Understanding (MoU) tussen Nederland, Afghanistan en de UNHCR, de Afghaanse autoriteiten geen medewerking verleenden aan gedwongen terugkeer op basis van EU-documenten. De IND handelde onvoldoende voortvarend, waardoor de bewaring vanaf 9 mei 2008 onrechtmatig werd.
De rechtbank onderzocht de procedure rond uitzettingen met EU-documenten en concludeerde dat er sinds januari 2007 zeven Afghaanse onderdanen met EU-documenten naar Afghanistan waren uitgezet en toegelaten. Dit maakte dat er feitelijk wel zicht op uitzetting was, maar de gebrekkige voortvarendheid van de IND leidde tot onrechtmatige bewaring.
Op grond van billijkheid werd aan verzoeker een schadevergoeding van € 3710 toegekend, gebaseerd op € 70 per dag vanaf 9 mei 2008. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 644. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Verzoeker krijgt een schadevergoeding van € 3710 wegens onrechtmatige bewaring en de Staat wordt veroordeeld in proceskosten.