ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9384
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongewenstverklaring wegens onvoldoende onderzoek veilige behandelomgeving
Verzoeker, van Azerbeidzjaanse nationaliteit, werd in 2003 ongewenst verklaard en verzocht in 2007 om opheffing van deze verklaring. Dit verzoek werd afgewezen, waarna hij bezwaar maakte en beroep instelde. Verzoeker lijdt aan ernstige psychische klachten, waaronder PTSS met suïcidaliteit, waarvoor een veilige behandelomgeving noodzakelijk is.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de vraag of behandeling in het land van herkomst mogelijk is in een veilige omgeving, zoals vereist bij medische noodsituaties onder artikel 3 EVRM Pro. Verweerder had aanvullende vragen aan het Bureau Medische Advisering moeten stellen.
Verder is ten onrechte afgezien van het horen van verzoeker bij bezwaar. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de uitzetting voorlopig is opgeschort tot 14 maart 2008.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten en wijst de Staat der Nederlanden aan als de kostenverantwoordelijke. Het griffierecht wordt eveneens vergoed aan verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de opheffing van de ongewenstverklaring wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar veilige behandelomgeving.