ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9489
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning met terugwerkende kracht en afwijzing aanvraag verblijfsvergunning onbepaalde tijd
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, had een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner die met terugwerkende kracht tot 11 augustus 2004 werd ingetrokken wegens het achterhouden van relevante gegevens over een niet-exclusieve relatie. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen deze intrekking en tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit van intrekking niet op juiste wijze was bekendgemaakt omdat het alleen naar verzoeker was gestuurd en niet naar zijn gemachtigde, terwijl verweerder hiervan op de hoogte was. Hierdoor trad het besluit pas in werking op het moment van bekendmaking aan de gemachtigde, waardoor het bezwaar tijdig was ingediend.
Inhoudelijk werd geoordeeld dat de intrekking terecht was omdat verzoeker onjuiste gegevens had verstrekt of achtergehouden. De aanvraag van 5 juni 2007 werd terecht als eerste aanvraag aangemerkt omdat de verblijfsvergunning met terugwerkende kracht was ingetrokken. Verzoekers beroep op de hardheidsclausule en schending van artikel 8 EVRM Pro werd verworpen.
De voorzieningenrechter verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.