ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9510
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verblijfsvergunning ondanks beroep op hardheidsclausule en artikel 8 EVRM
Verzoekers, van Armeense nationaliteit, dienden in november 2006 aanvragen in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, mede voor hun minderjarige kinderen. Deze aanvragen werden door de staatssecretaris van Justitie afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv).
Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt stelde dat het mvv-vereiste niet buiten toepassing kon worden gelaten, ondanks het beroep van verzoekers op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank stelde vast dat de belangen van de kinderen en de medische situatie van verzoekster onvoldoende waren om de mvv-eis te laten vervallen. De rechter benadrukte dat het verblijf tot nu toe en integratie in Nederland niet automatisch leidt tot vrijstelling van het mvv-vereiste. Het beroep op het gezinsleven en privéleven onder artikel 8 EVRM Pro bood geen grond voor inmenging in het besluit.
De bezwaren werden ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werden geen proceskosten aan partijen opgelegd.
Uitkomst: De bezwaarschriften worden ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.