ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9715
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening visum kort verblijf voor studiebezoek
Verzoekster, een Nigeriaanse studente, vroeg om een visum kort verblijf om gedurende zes weken Nederland te bezoeken bij haar partner. De aanvraag werd op 25 juni 2008 afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 5, eerste lid, onder c, van de Schengengrenscode, met name onvoldoende bewijs van het doel van het verblijf en onvoldoende middelen van bestaan.
Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om het visum alsnog te verkrijgen vóór het begin van haar studie in november 2008. De voorzieningenrechter oordeelde dat er weliswaar spoedeisend belang was, maar dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen had omdat de financiële situatie van de referent onvoldoende was aangetoond en het besluit daarom niet onrechtmatig was.
De voorzieningenrechter overwoog dat het ontbreken van een motivering in het bestreden besluit kan worden hersteld in de bezwaarfase. De voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens onvoldoende redelijke kans van slagen van het bezwaar.