ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9821
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beleidsregel Raad voor Rechtsbijstand over toevoeging vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de Raad voor Rechtsbijstand om een aanvraag voor een toevoeging voor het voeren van verweer tegen een vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling (tul) af te wijzen. De Raad voert aan dat deze vordering nauw samenhangt met de hoofdzaak en daarom geen zelfstandig rechtsbelang vormt waarvoor een aparte toevoeging verleend moet worden.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 28, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) een toevoeging geweigerd kan worden indien de aanvraag betrekking heeft op een rechtsbelang waarvoor reeds een toevoeging is verleend. Artikel 32 Wrb Pro bepaalt dat een toevoeging uitsluitend geldt voor het rechtsbelang waarvoor zij is verleend en de behandeling in één instantie, inclusief tenuitvoerlegging.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat slechts meerdere toevoegingen kunnen worden verstrekt bij diversiteit van rechtsbelangen. De tul-zaak wordt gezien als nauw verbonden met de hoofdzaak en vormt geen zelfstandig rechtsbelang. Het argument van eisers dat het gelijkheidsbeginsel wordt geschonden doordat voor minderjarigen wel een aparte toevoeging wordt verleend, wordt verworpen omdat die toevoeging op grond van een andere wettelijke regeling wordt toegekend.
De rechtbank concludeert dat de Raad voor Rechtsbijstand in redelijkheid tot het beleid heeft mogen komen en dat geen bijzondere omstandigheden zijn aangevoerd die een uitzondering rechtvaardigen. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het beleid van de Raad voor Rechtsbijstand om geen aparte toevoeging te verlenen voor de tul-zaak.