ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9850
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige op grond van Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag wegens uitoefening vrij beroep
Eiser, een Amerikaanse vreemdeling, vroeg een verblijfsvergunning aan als zelfstandige op grond van het Nederlands-Amerikaans Vriendschapsverdrag. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser met zijn werkzaamheden voornamelijk diensten verleent en geen handel drijft tussen Nederland en de Verenigde Staten. Eiser voerde aan dat hij wel handel drijft en dat hij voldoet aan het vereiste van aanzienlijk kapitaal.
De rechtbank stelde vast dat eiser vertaalopdrachten uitvoert en marktonderzoek doet, wat als dienstverlening wordt beschouwd en niet als handel in de zin van het verdrag. Daarnaast werd overwogen dat eiser een vrij beroep uitoefent waarbij zijn persoonlijke kwaliteiten voorop staan en hij nauwelijks bedrijfseconomisch risico loopt. Dit valt uitdrukkelijk buiten de werkingssfeer van het verdrag.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser geen rechten aan het verdrag kan ontlenen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat eiser een vrij beroep uitoefent en geen rechten aan het verdrag kan ontlenen.