ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9917
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen weigering aanbod verblijfsvergunning onder generaal pardon
Verzoeker, een vreemdeling uit Mauretanië, maakte bezwaar tegen de ambtshalve weigering van de staatssecretaris van Justitie om hem een aanbod te doen op grond van de regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet (WBV 2007/11). De staatssecretaris verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarop verzoeker beroep instelde en tevens een voorlopige voorziening vroeg om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter onderzocht of de weigering een besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro is en oordeelde dat dit niet het geval is, maar dat het wel een met een beschikking gelijk te stellen handeling is als bedoeld in artikel 72, derde lid, Vreemdelingenwet. Dit betekent dat bezwaar mogelijk is tegen deze handeling. Verder werd geoordeeld dat een aanvraagprocedure niet leidt tot een inhoudelijke beoordeling vanwege het mvv-vereiste en dat een procedure tegen feitelijke uitzetting niet toereikend is om de weigering aan te vechten.
De voorzieningenrechter verbiedt de staatssecretaris om verzoeker uit te zetten tot vier weken na uitspraak op het beroep, veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten en wijst de Staat der Nederlanden aan als de partij die deze kosten en het griffierecht moet vergoeden.
Uitkomst: De voorzieningenrechter verbiedt de uitzetting van verzoeker tot vier weken na uitspraak op het beroep en verklaart het bezwaar ontvankelijk.