ECLI:NL:RBSGR:2008:BE0069
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering woonwagenbewoner op vervangende standplaats na wijziging gemeentelijk woonwagenbeleid
Eiseres is woonwagenbewoonster op een locatie in Den Haag die geleidelijk wordt opgeheven. Zij vordert dat de gemeente haar een vervangende standplaats garandeert, stellende dat toezeggingen zijn gedaan en dat de gemeente handelt in strijd met de Woonwagenwet en provinciaal/rijksbeleid.
De rechtbank oordeelt dat de intrekking van de Woonwagenwet de verplichting van de gemeente om woonwagencentra in stand te houden heeft opgeheven. De ontheffing op grond van artikel 10 Woonwagenwet Pro geeft geen garantie op een standplaats na intrekking van de wet. De gemeente mocht haar beleid wijzigen, ook al leidde dat tot het niet realiseren van vervangende standplaatsen.
Hoewel de gemeente toezeggingen deed omtrent voorrang op vervangende standplaatsen via inschrijving op een deconcentratielijst, waren deze niet zodanig concreet dat zij gelijkstaan aan een huurovereenkomst. Het gewijzigde beleid is zorgvuldig tot stand gekomen, met een sociaal plan dat onder meer verhuisvergoedingen en voorrang bij toewijzing van andere standplaatsen bevat.
Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij door de gewekte verwachtingen in een slechtere positie is gekomen of dat de gemeente onzorgvuldig heeft gehandeld. Daarom worden haar vorderingen afgewezen en wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.