ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8787
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Redelijke termijn voor afgifte verblijfsaantekening arbeid vrij toegestaan
Verzoeker, een vreemdeling van Sierraleoonse nationaliteit, was in aanmerking gekomen voor een verblijfsvergunning op grond van de pardonregeling met de aantekening 'arbeid vrij toegestaan'. Zijn werkgever stelde hem echter op non actief omdat de verblijfsvergunning afliep en de nieuwe vergunning nog niet was verstrekt. Verzoeker verzocht verweerder om binnen vijf werkdagen een verblijfsaantekening te verstrekken, maar verweerder handelde niet tijdig.
Verzoeker diende daarop bezwaar in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de procedure verstrekte verweerder alsnog de verblijfsaantekening, maar verzoeker trok het verzoek niet in vanwege de weigering van verweerder om proceskosten te vergoeden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de weigering van verweerder gelijkgesteld moet worden aan een beschikking en dat het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen gegrond was. De rechtbank stelde vast dat noch de Vreemdelingenwet 2000 noch de Algemene wet bestuursrecht een termijn voorschrijven voor deze handeling, maar dat op grond van de beginselen van behoorlijk bestuur een redelijke termijn geldt.
Gezien de omstandigheden, waaronder het feit dat verzoeker een baan had en zijn werkgever duidelijkheid wenste, achtte de voorzieningenrechter een termijn van vijf werkdagen redelijk. Het bezwaar was dus niet prematuur en verzoeker had een spoedeisend belang. De rechtbank verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk wegens vervallen belang en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard wegens vervallen belang, met proceskostenveroordeling tegen verweerder.