ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8890
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Heineken wegens onvoldoende bewijs onrechtmatige daad bij crediteurenfraude
In deze zaak staat een fraude bij Heineken centraal waarbij ruim €2,5 miljoen onrechtmatig werd overgemaakt aan Alexander BV. Heineken vordert hoofdelijke terugbetaling van de gelden van de drie gedaagden, stellende dat zij wisten of hadden moeten weten dat de gelden onrechtmatig waren verkregen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat Alexander BV de gelden vrijwel direct doorgaf aan circa 30 derden, waaronder de gedaagden [A.] en [B.], die verklaarden dat de betalingen voortkwamen uit reële overeenkomsten met Alexander BV. Heineken kon onvoldoende concrete feiten aanvoeren om te bewijzen dat [A.] en [B.] onrechtmatig handelden of wisten van de frauduleuze herkomst.
Een schikking tussen Heineken en Vitatem BV leidde tot doorhaling van die procedure. De vorderingen tegen [A.] en [B.] zijn afgewezen en Heineken is veroordeeld tot betaling van hun proceskosten, die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Heineken tegen [A.] en [B.] af wegens onvoldoende bewijs van onrechtmatig handelen.