ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9029
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling biologisch vaderschap en nationaliteitsrechtelijk belang bij erkenning kind
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een kind geboren in 2004. De moeder, met de Braziliaanse nationaliteit, en de man, met de Nederlandse nationaliteit, hebben geen gemeenschappelijke nationaliteit. De man heeft het kind erkend in 2005, maar het kind verblijft illegaal in Nederland en heeft geen geldige verblijfstitel.
DNA-onderzoek toonde met grote zekerheid aan dat de man de biologische vader is. De rechtbank oordeelde dat het juridisch vaderschap door erkenning reeds vaststaat, waardoor het verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap werd afgewezen. Wel werd het subsidiaire verzoek van de bijzonder curator toegewezen om op basis van de erkenning en het bewijs van verwekkerschap het kind de Nederlandse nationaliteit toe te kennen volgens artikel 4 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap.
De rechtbank overwoog dat het belang van het kind bij verkrijging van de Nederlandse nationaliteit en een legale verblijfsstatus zwaarwegend is. Het verzoek tot geslachtsnaamwijziging werd niet toegewezen omdat dit niet op de wet is gebaseerd; de moeder kan dit verzoek bij de Koning indienen. De beschikking werd uitgesproken op 30 juni 2008 door rechter F.J. Verbeek.
Uitkomst: Verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap afgewezen, maar gerechtelijk bewijs van verwekkerschap verleend voor verkrijging Nederlandse nationaliteit.