ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9140
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg onduidelijke testamentaire bepaling over verdeling erfenis in complexe familiesituatie
Mevrouw mr. Cornelia Frederika [B.] overleed in 2005 zonder huwelijk en kinderen, met een complexe familie bestaande uit neven, nichten, petekinderen en zusters. Haar laatste testament uit 2002 bevatte een onduidelijke bepaling C, die verwees naar "mijn erfgenamen krachtens de wet; gezamenlijk en voor gelijke delen".
Deze bepaling leidde tot geschillen over de verdeling van de erfenis, waarbij eisers stelden dat de nalatenschap voor een zesde deel aan de erfgenamen van wijlen mevrouw M.E. [A.] toekwam, terwijl de andere erfgenamen een gelijke verdeling voorstonden. De rechtbank stelde vast dat de bepaling onduidelijk en misleidend was en niet overeenkwam met de werkelijke bedoelingen van de erflaatster.
Na getuigenverhoren en analyse van eerdere testamenten en correspondentie concludeerde de rechtbank dat de erflaatster bedoeld had haar nog levende neven, nichten en twee petekinderen als erfgenamen aan te wijzen, elk voor een gelijk deel, en dat achterneven en achternichten niet als erfgenamen waren bedoeld. De nalatenschap werd verdeeld over 18 erfgenamen, elk met een 1/18 deel.
De rechtbank wees geen erfdeel toe aan de zusters van de erflaatster en wees de proceskosten toe aan partijen ieder voor eigen rekening, met een aanbeveling aan het notariskantoor om de kosten van de uitleg van de bepaling te dragen. Dit vonnis biedt duidelijkheid in een complexe familierelatie en testamentaire onduidelijkheid.
Uitkomst: De nalatenschap wordt verdeeld over 18 erfgenamen elk voor een gelijk 1/18 deel, waarbij achterneven en achternichten worden uitgesloten.