ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9346
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Ch.M. Derijks
- D.R. van der Meer
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WW-dagloonberekening op basis van WAO-vervolgdagloon
Eiser, voormalig brigadier van politie, ontving een WW-uitkering berekend op basis van zijn WAO-vervolgdagloon na een verlaging van zijn WAO-uitkering. Hij stelde dat deze berekeningswijze afbreuk doet aan het loon-dervingsbeginsel en strijdig is met het gelijkheids- en rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtbank overweegt dat sinds 1 januari 2006 met de Wet administratieve lastenverlichting en vereenvoudiging in sociale verzekeringswetten (Walvis) een nieuwe systematiek geldt waarbij het dagloon wordt gebaseerd op het historisch loon voorafgaand aan het verzekerde risico. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke grondslag voor afwijkende regels, zoals het gebruik van het WAO-vervolgdagloon, toereikend is.
De rechtbank volgt het standpunt van het UWV dat het WW-dagloon terecht is vastgesteld op het WAO-vervolgdagloon. Er is geen sprake van ongerechtvaardigde ongelijke behandeling omdat eiser als gedeeltelijk arbeidsongeschikte in een andere positie verkeert dan reguliere WW-gerechtigden. Ook is er geen schending van het rechtszekerheidsbeginsel omdat eiser op de hoogte had kunnen zijn van de gewijzigde systematiek.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het WW-dagloon is terecht vastgesteld op basis van het WAO-vervolgdagloon.