ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9366
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens gebrek aan zicht op uitzetting binnen redelijke termijn
De vreemdelinge, een Chinese nationaliteit houdende vrouw, werd op 20 maart 2008 geconfronteerd met een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie. Zij stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat zij geen documenten bezit en niet ingeschreven staat in het Chinese hukou-register.
De rechtbank heeft het onderzoek heropend na de zitting en aanvullende gegevens opgevraagd bij verweerder, waarna partijen konden reageren. Uit de stukken bleek dat in 2007 geen laissez-passer (LP) door de Chinese autoriteiten aan ongedocumenteerde Chinezen was verstrekt en dat ook in 2008 geen LP’s waren afgegeven. De vreemdelinge had bovendien nooit identiteitsdocumenten gehad, hetgeen niet door verweerder werd betwist.
Op grond hiervan oordeelde de rechtbank dat er geen zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat de vrijheidsontnemende maatregel van meet af aan onrechtmatig was. Het beroep werd gegrond verklaard, de maatregel opgeheven en aan de vreemdelinge een schadevergoeding van €1875 toegekend. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige vreemdelingenbewaring.