ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9485
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende nieuwe feiten in Noord-Irak zaak
Verzoeker, een Koerd uit Noord-Irak, diende een tweede asielaanvraag in nadat zijn eerste aanvraag was afgewezen wegens ongeloofwaardig asielrelaas. Hij beriep zich op verslechterde veiligheidssituatie in Noord-Irak, onderbouwd met rapporten van de ICG en Amnesty International.
De rechtbank oordeelde dat Amnesty International geen nieuw feit vormt, maar dat het ICG-rapport wel nieuwe feiten bevat die mogelijk afdoen aan het eerdere besluit. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd omdat de aanvraag ten onrechte was afgewezen zonder juiste toepassing van artikel 4:6 Awb Pro.
Desalniettemin bleef de rechtbank bij haar oordeel dat er in Noord-Irak geen sprake is van een binnenlands gewapend conflict zoals bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, en dat een categorie beschermingsbeleid niet gerechtvaardigd is. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.