ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9559
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij aanvraag verblijfsvergunning wegens onvoldoende bewijs blijvende ontheffing inburgeringsexamen
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopige verblijf (mvv) om bij haar echtgenoot te verblijven. De aanvraag werd afgewezen omdat zij het basisexamen inburgering niet had afgelegd en niet had aangetoond dat zij vanwege een geestelijke of lichamelijke belemmering blijvend niet in staat was het examen af te leggen.
Verzoekster stelde dat zij onterecht niet was ontheven van het examen, onderbouwd met medische verklaringen waaruit haar geestelijke stoornis en permanente klachten blijken. De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder niet zonder nadere toelichting uit de medische verklaringen kon concluderen dat verzoekster niet blijvend ontheven was van het examen. Het standpunt van verweerder dat alleen blindheid of doofheid tot ontheffing leiden, werd verworpen omdat ook geestelijke belemmeringen in de regelgeving zijn opgenomen.
Desondanks vond de voorzieningenrechter dat het bestreden besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, maar dat verweerder de mogelijkheid heeft dit in bezwaar te herstellen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het verstrekkend zou zijn en nog niet vaststond dat verweerder zich niet in redelijkheid op zijn standpunt kon stellen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekster niet voldoende heeft aangetoond dat zij blijvend niet in staat is het basisexamen inburgering af te leggen.