ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9563
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning verblijf bij kind wegens strijd met artikel 8 EVRM
Verzoekster diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar minderjarige zoon, welke werd geweigerd wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Na diverse bezwaar- en beroepsprocedures en een voorlopige voorziening, werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Verzoekster beriep zich op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro, stellende dat haar gezinsleven met haar zoon in Nederland wordt gefrustreerd door de weigering.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder zich niet redelijkerwijs op het standpunt kon stellen dat de tegenwerping van het mvv-vereiste niet van bijzondere hardheid was, noch dat toepassing van artikel 8 EVRM Pro geen vrijstelling van het mvv-vereiste rechtvaardigde. De situatie van verzoekster, waaronder de vastgestelde omgangsregeling met haar zoon en het belang van het gezinsleven, werd als uitzonderlijk beschouwd. Het besluit werd vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat in de hoofdzaak reeds werd beslist. Verzoekster werd in de proceskosten en griffierechten veroordeeld. De uitspraak benadrukt de positieve verplichting van de overheid om gezinsleven te beschermen en de bijzondere omstandigheden waaronder vrijstelling van het mvv-vereiste kan worden verleend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met artikel 8 EVRM; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.