ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9570
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking verblijfsvergunning wegens onbevoegdheid beslissing op bezwaar
Verzoeker kreeg een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken met terugwerkende kracht tot 2 maart 2004. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat door verweerder ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit op bezwaar niet bevoegd was genomen. Artikel 7:11 Awb Pro vereist dat het bezwaar wordt behandeld door een functionaris op hetzelfde of hoger niveau dan degene die het primaire besluit nam. Mandatering naar een lager niveau is niet toegestaan vanwege de noodzakelijke beleidscontrole. Ook artikel 10:3, derde lid, Awb verbiedt dat degene die het primaire besluit nam ook het bezwaar behandelt, en dit werd geschonden.
De ondermandaatregeling gaf geen duidelijke bevoegdheid aan de medewerker die het bezwaar behandelde. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning is vernietigd wegens onbevoegdheid van de beslissing op bezwaar.