ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9738
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortzetting vreemdelingenbewaring na negen maanden ondanks asielaanvraag
Eiseres, een Ghanees staatsburger, is op 17 oktober 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld. Gedurende de bewaring heeft zij meerdere procedures gestart die de uitzetting belemmeren, waaronder het indienen van een asielaanvraag op 30 april 2008, nadat zij op de hoogte was gebracht van de voorgenomen verwijdering.
De rechtbank beoordeelt of er voldoende zicht is op uitzetting en of verweerder voldoende voortvarend handelt. Hoewel eiseres stelt dat er onvoldoende voortvarendheid is en dat haar bewaring onrechtmatig is, concludeert de rechtbank dat er voldoende zicht is op uitzetting en dat verweerder adequaat handelt, mede omdat een reisdocument spoedig kan worden verkregen.
De belangenafweging leidt tot het oordeel dat de belangen van verweerder zwaarder wegen dan die van eiseres, mede vanwege haar stelselmatige procedures die uitzetting frustreren. De voortzetting van de bewaring is daarom gerechtvaardigd, ook na het verstrijken van de termijn van negen maanden en vijf dagen.
Het verzoek van eiseres tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de bewaring niet onrechtmatig is opgeheven. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het beroep tegen de voortzetting van de bewaring ongegrond.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.