ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9821
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verlenging verblijfsvergunning studie
Eiser, een Turkse nationaliteit houdende student, had een verblijfsvergunning onder de beperking studie bouwkunde aan de Hogeschool Rotterdam. Hij vroeg verlenging van deze vergunning, maar werd afgewezen omdat hij was overgestapt naar een andere studie, Maatschappelijk Werk en Dienstverlening, waarvoor geen wijziging van de beperking was aangevraagd.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet was gehoord naar aanleiding van zijn bezwaarschrift. De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet gold omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was, gezien de duidelijke feiten en regelgeving.
De rechtbank sloot het onderzoek op grond van artikel 8:54 Awb Pro en verklaarde het beroep ongegrond. Er werden geen proceskosten opgelegd. Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen.