ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0167
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren bewaring vreemdeling en zicht op uitzetting
Eiser is op 14 mei 2008 in bewaring gesteld en heeft tegen het voortduren van deze bewaring beroep ingesteld. Het geschil betreft de vraag of er voldoende zicht is op uitzetting van eiser naar Liberia, mede aan de hand van de echtheid en beschikbaarheid van een laissez-passer (LP).
Eiser betwistte de echtheid van de LP en verwees naar een brief van de Liberiaanse ambassade waarin gesteld wordt dat bij niet-vrijwillige terugkeer geen LP wordt verstrekt. Daarnaast wees eiser op een brief van de Liberiaanse ambassadrice die de eerdere brief ongeldig zou verklaren. De rechtbank onderzocht deze bezwaren en concludeerde dat de LP op 15 juli 2008 feitelijk is afgegeven en dat de brief van 26 juni 2008 als incorrect moet worden beschouwd.
De rechtbank oordeelde dat de door verweerder geschetste omstandigheden en de geplande uitzettingsvlucht op 29 augustus 2008 voldoende zicht op uitzetting bieden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.