ECLI:NL:RBSGR:2008:BF0186

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
14 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
287453 - HA ZA 07-1548
Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 93 lid 1 sub c RvArt. 71 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing huurovereenkomstzaak naar kantonrechter wegens bevoegdheid

In deze zaak vordert eiser betaling van schadevergoeding wegens vermeende tekortkoming door gedaagde in de nakoming van een huurovereenkomst voor een feestlocatie. Eiser had de locatie gehuurd voor een feest op 29 september 2006 en een vervolgdatum op 27 oktober 2006, waarvoor hij vooruit betaalde en kosten maakte.

Gedaagde voert verweer tegen de vordering. De rechtbank onderzoekt de bevoegdheid en constateert dat volgens artikel 93 lid 1 sub c Rv Pro zaken betreffende huurovereenkomsten door de kantonrechter moeten worden behandeld, ongeacht de waarde van de vordering.

De rechtbank is daarom voornemens de zaak te verwijzen naar de kantonrechter te Rotterdam. Partijen krijgen de gelegenheid zich schriftelijk uit te laten over dit voornemen voordat de rechtbank definitief beslist. De zaak wordt aangehouden en opnieuw op de rol geplaatst voor verdere procedure.

Het vonnis is gewezen door mr. M.H. Rochat en openbaar uitgesproken op 14 mei 2008.

Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de kantonrechter en houdt verdere beslissing aan na uitlating partijen.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector civiel recht
zaaknummer / rolnummer: 287453 / HA ZA 07-1548
Vonnis van 14 mei 2008
in de zaak van
[eiser], handelend onder de naam [café A.],
wonende te [woonplaats],
eiser,
procureur mr. A. Schippers,
tegen
[gedaagde], voorheen handelend onder de naam [club B.]
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
procureur mr. F.M.L. Dekkers.
Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 19 september 2007
- het proces-verbaal van comparitie van 9 januari 2008.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. De onderneming [club B.] gevestigd aan de [adres], is in het Handelsregister ingeschreven op naam van [gedaagde].
2.2 [eiser] heeft een huurovereenkomst gesloten betreffende [club B.] voor één avond, op 29 september 2006, teneinde in het pand van [club B.] een feest te houden. Daartoe is een ongedateerde huurovereenkomst opgesteld. In die huurovereenkomst is opgenomen dat [club B.] wordt vertegenwoordigd door de heer [C.].
2.3 [eiser] heeft vervolgens met de heer [C.] afspraken gemaakt om [club B.] na 29 september 2006 op dezelfde voorwaarden nog een aantal malen te huren, steeds voor de duur van één avond. De eerstvolgende datum waarop [eiser] [club B.] had gehuurd was 27 oktober 2006.
2.4 Op 29 september 2006 heeft in [club B.] het door [eiser] georganiseerde feest plaatsgevonden. [eiser] heeft nadien van [C.] vernomen dat het feest op 27 oktober 2006 geen doorgang kon vinden omdat [club B.] op die datum gesloten was.
3. Het geschil
3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 38.440,25, vermeerderd met rente en kosten. Daartoe voert hij aan dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst waarbij [club B.] aan hem is verhuurd op 27 oktober 2006. [eiser] stelt schade te hebben geleden nu hij voor de huur op 27 oktober 2006 de huurpenningen ad € 7.000,-- vooruit heeft betaald, van tevoren drank heeft ingekocht ten behoeve van het op die datum in [club B.] te houden feest, voor dit feest promotiemateriaal heeft laten drukken, en winst derft.
3.2. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer.
4. De beoordeling
4.1. Artikel 93 lid 1 sub c van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt dat zaken betreffende een huurovereenkomst, ongeacht het beloop of waarde van de vordering, worden behandeld en beslist door de kantonrechter. Artikel 71 lid 2 Rv Pro bepaalt dat indien een zaak, die in behandeling is bij een kamer die niet tot de sector kanton behoort, verder moet worden behandeld en beslist door de kantonrechter, de zaak daartoe op verlangen van een der partijen of ambtshalve wordt verwezen naar een kamer die tot de sector kanton behoort.
4.2 Bij brief van de griffier van 28 september 2007 is partijen voorgehouden dat ter comparitie zou worden ingegaan op de bevoegdheid van de rechtbank. Ter comparitie, die op 9 januari 2008 heeft plaatsgevonden, is dit punt echter niet meer aan de orde geweest. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting volgt naar het oordeel van de rechtbank dat de vordering van [eiser] betrekking heeft op een huurovereenkomst. De rechtbank is voornemens de zaak daarom te verwijzen naar de kantonrechter te Rotterdam.
4.3 Nu dit onderwerp tijdens de comparitie niet meer is behandeld zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte over dit punt uit te laten alvorens de rechtbank beslist over verwijzing. Daartoe zal [eiser] als eerste de gelegenheid krijgen. Nadat [eiser] zijn akte heeft genomen zal de zaak opnieuw naar de rol worden verwezen voor uitlating door [gedaagde], waarbij een termijn van -eveneens- twee weken in acht zal worden genomen.
5. De beslissing
De rechtbank
5.1 stelt partijen in de gelegenheid zich bij akte uit te laten over het voornemen de zaak te verwijzen naar de kantonrechter te Rotterdam;
5.2 bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 28 mei 2008 voor uitlating aan de zijde van eiser als hiervoor onder 5.1 gemeld;
5.3 houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Rochat en in het openbaar uitgesproken op 14 mei 2008